Handelingen 1:20
“Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Laat zijn woning verlaten worden, en laat niemand daarin wonen; en zijn ambt late een ander ontvangen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 1 — omringende verzen
En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen en zeide — er was een menigte van namen bijeen, omtrent honderd en twintig —
16Mannen en broeders, dit schriftwoord moest vervuld worden, dat de Heilige Geest door de mond van David van tevoren gesproken heeft aangaande Judas, die de leidsman was van hen die Jezus gevangen namen.
17Want hij was bij ons gerekend en had deel gekregen aan deze bediening.
18Deze nu heeft een akker verworven met het loon der ongerechtigheid; en voorover gevallen, is hij midden doorgesprongen, en al zijn ingewanden zijn naar buiten gevloeid.
19En het werd aan alle inwoners van Jeruzalem bekend, zodat die akker in hun eigen taal Akeldama geheten wordt, dat wil zeggen: het Bloedakker.
Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Laat zijn woning verlaten worden, en laat niemand daarin wonen; en zijn ambt late een ander ontvangen.
Derhalve moet van deze mannen, die met ons omgegaan zijn al de tijd dat de Heer Jezus bij ons in en uit gegaan is,
22Te beginnen van de doop van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd opgenomen, een van hen getuige van Zijn opstanding met ons zijn.
23En zij stelden twee voor: Jozef, genaamd Barsabbas, die bijgenaamd was Justus, en Matthias.
24En zij baden en zeiden: U, Heer, Die de harten van allen kent, toon welke van deze twee U uitgekozen hebt,
25Om deel te nemen aan deze bediening en dit apostelschap, waarvan Judas afgeweken is om naar zijn eigen plaats te gaan.