Handelingen 1:18
“Deze nu heeft een akker verworven met het loon der ongerechtigheid; en voorover gevallen, is hij midden doorgesprongen, en al zijn ingewanden zijn naar buiten gevloeid.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 1 — omringende verzen
En toen zij er ingekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Matteüs, Jakobus de zoon van Alfeüs en Simon de Zeloot en Judas de broeder van Jakobus.
14Dezen allen volhardden eendrachtig in gebed en smeking, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broeders.
15En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen en zeide — er was een menigte van namen bijeen, omtrent honderd en twintig —
16Mannen en broeders, dit schriftwoord moest vervuld worden, dat de Heilige Geest door de mond van David van tevoren gesproken heeft aangaande Judas, die de leidsman was van hen die Jezus gevangen namen.
17Want hij was bij ons gerekend en had deel gekregen aan deze bediening.
Deze nu heeft een akker verworven met het loon der ongerechtigheid; en voorover gevallen, is hij midden doorgesprongen, en al zijn ingewanden zijn naar buiten gevloeid.
En het werd aan alle inwoners van Jeruzalem bekend, zodat die akker in hun eigen taal Akeldama geheten wordt, dat wil zeggen: het Bloedakker.
20Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Laat zijn woning verlaten worden, en laat niemand daarin wonen; en zijn ambt late een ander ontvangen.
21Derhalve moet van deze mannen, die met ons omgegaan zijn al de tijd dat de Heer Jezus bij ons in en uit gegaan is,
22Te beginnen van de doop van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd opgenomen, een van hen getuige van Zijn opstanding met ons zijn.
23En zij stelden twee voor: Jozef, genaamd Barsabbas, die bijgenaamd was Justus, en Matthias.