Handelingen 13:7
“Die bij de landvoogd Sergius Paulus was, een verstandig man; deze riep Barnabas en Saulus bij zich en verlangde het woord van God te horen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 13 — omringende verzen
Terwijl zij de Heer dienden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb.
3En na gevast en gebeden te hebben, legden zij hun de handen op en zonden hen weg.
4Zo vertrokken zij dan, uitgezonden door de Heilige Geest, naar Seleucie; en van daar voeren zij naar Cyprus.
5En toen zij te Salamis waren, verkondigden zij het woord van God in de synagogen der Joden; en zij hadden ook Johannes als dienaar.
6En nadat zij het gehele eiland doorkruist hadden tot Paphos, vonden zij een zekere tovenaar, een valse profeet, een Jood, wiens naam Barjezus was;
Die bij de landvoogd Sergius Paulus was, een verstandig man; deze riep Barnabas en Saulus bij zich en verlangde het woord van God te horen.
Maar Elymas, de tovenaar (want zo wordt zijn naam vertaald), weerstond hen en trachtte de landvoogd van het geloof af te keren.
9Toen Saulus, die ook Paulus wordt genoemd, vervuld met de Heilige Geest, zijn ogen op hem richtte,
10zeide hij: O, vol van alle bedrog en alle boosheid, gij kind des duivels, gij vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?
11En nu, zie, de hand des Heren is over u, en gij zult blind zijn en de zon voor een tijd niet zien. En terstond viel er een nevel en een duisternis op hem; en hij liep rond en zocht iemand die hem bij de hand zou leiden.
12Toen de landvoogd zag wat er geschied was, geloofde hij, zeer getroffen door de leer des Heren.