Handelingen 16:20
“En brachten hen voor de rechters, zeggende: Deze mensen brengen onze stad in grote verwarring, daar zij Joden zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 16 — omringende verzen
En nadat zij gedoopt was, en haar huisgezin, bad zij ons, zeggende: Indien gij geoordeeld hebt dat ik de Heer getrouw ben, komt in mijn huis en blijft aldaar. En zij drong er bij ons op aan.
16En het geschiedde, als wij naar de gebedsplaats gingen, dat ons een zekere dienstmaagd ontmoette, die een waarzeggende geest had, welke haar meesters grote winst aanbracht door waarzeggen.
17Dezelfde volgde Paulus en ons en riep, zeggende: Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die ons de weg der zaligheid verkondigen.
18En dit deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, dit moede zijnde, keerde zich om en zeide tot de geest: Ik gebied u in de naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat. En hij ging uit op hetzelfde uur.
19En toen haar meesters zagen dat de hoop op hun gewin verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleepten hen naar de markt voor de overheid.
En brachten hen voor de rechters, zeggende: Deze mensen brengen onze stad in grote verwarring, daar zij Joden zijn.
En zij verkondigen gewoonten die het ons niet geoorloofd is te ontvangen noch te onderhouden, omdat wij Romeinen zijn.
22En de menigte stond gezamenlijk tegen hen op; en de rechters scheurden hun klederen af en beval hen te geselen.
23En nadat zij hun vele slagen toegebracht hadden, wierpen zij hen in de gevangenis, de bewaarder der gevangenis bevelende hen veilig te bewaren.
24Die, zulk een bevel ontvangen hebbende, wierp hen in de binnenste kerker en maakte hun voeten vast in het blok.
25En te middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen tot God; en de gevangenen hoorden hen.