Handelingen 16:17
“Dezelfde volgde Paulus en ons en riep, zeggende: Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die ons de weg der zaligheid verkondigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 16 — omringende verzen
En van daar naar Filippi, welke de voornaamste stad van dat deel van Macedonië is, en een kolonie; en wij verbleven in die stad enige dagen.
13En op de sabbatdag gingen wij buiten de stad aan de oever van een rivier, waar men gewoon was te bidden; en wij zaten neder en spraken tot de vrouwen die daar samengekomen waren.
14En een zekere vrouw, genaamd Lydia, een verkoopster van purper uit de stad Thyatira, die God vereerde, hoorde ons; welker hart de Heer opende, zodat zij acht gaf op hetgeen door Paulus gesproken werd.
15En nadat zij gedoopt was, en haar huisgezin, bad zij ons, zeggende: Indien gij geoordeeld hebt dat ik de Heer getrouw ben, komt in mijn huis en blijft aldaar. En zij drong er bij ons op aan.
16En het geschiedde, als wij naar de gebedsplaats gingen, dat ons een zekere dienstmaagd ontmoette, die een waarzeggende geest had, welke haar meesters grote winst aanbracht door waarzeggen.
Dezelfde volgde Paulus en ons en riep, zeggende: Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die ons de weg der zaligheid verkondigen.
En dit deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, dit moede zijnde, keerde zich om en zeide tot de geest: Ik gebied u in de naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat. En hij ging uit op hetzelfde uur.
19En toen haar meesters zagen dat de hoop op hun gewin verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleepten hen naar de markt voor de overheid.
20En brachten hen voor de rechters, zeggende: Deze mensen brengen onze stad in grote verwarring, daar zij Joden zijn.
21En zij verkondigen gewoonten die het ons niet geoorloofd is te ontvangen noch te onderhouden, omdat wij Romeinen zijn.
22En de menigte stond gezamenlijk tegen hen op; en de rechters scheurden hun klederen af en beval hen te geselen.