Handelingen 2:13
“Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol van zoete wijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 2 — omringende verzen
En hoe horen wij hen, ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?
9Parten en Meden en Elamieten, en die in Mesopotamia wonen, en in Judea en Kappadocië, in Pontus en Asia,
10Frygië en Pamfylië, in Egypte en in de streken van Libië bij Cyrene, en de vreemdelingen uit Rome, Joden en proselieten,
11Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen talen de grote werken van God spreken.
12En zij stonden allen verbaasd en waren in twijfel, zeggende tot elkander: Wat wil dit toch zeggen?
Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol van zoete wijn.
Maar Petrus, staande met de elf, verhief zijn stem en sprak tot hen: Gij Joodse mannen en allen die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore;
15Want dezen zijn niet dronken, zoals gij onderstelt, want het is slechts het derde uur van de dag.
16Maar dit is het, wat gesproken is door de profeet Joël:
17En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
18En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.