Handelingen 2:8
“En hoe horen wij hen, ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 2 — omringende verzen
En er verschenen aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.
4En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, naardat de Geest hun gaf uit te spreken.
5En er woonden te Jeruzalem Joden, godvrezende mannen, uit alle volken die onder de hemel zijn.
6Toen nu dit geluid gehoord werd, liep de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7En zij stonden allen verbaasd en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet al dezen die spreken Galileeërs?
En hoe horen wij hen, ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?
Parten en Meden en Elamieten, en die in Mesopotamia wonen, en in Judea en Kappadocië, in Pontus en Asia,
10Frygië en Pamfylië, in Egypte en in de streken van Libië bij Cyrene, en de vreemdelingen uit Rome, Joden en proselieten,
11Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen talen de grote werken van God spreken.
12En zij stonden allen verbaasd en waren in twijfel, zeggende tot elkander: Wat wil dit toch zeggen?
13Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol van zoete wijn.