Handelingen 2:3
“En er verschenen aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 2 — omringende verzen
En toen de dag van Pinksteren ten volle aangebroken was, waren zij allen eendrachtig bijeen op dezelfde plaats.
2En plotseling kwam er een geluid uit de hemel als van een geweldige, voortsnellende wind, en het vulde het gehele huis waar zij zaten.
En er verschenen aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.
En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, naardat de Geest hun gaf uit te spreken.
5En er woonden te Jeruzalem Joden, godvrezende mannen, uit alle volken die onder de hemel zijn.
6Toen nu dit geluid gehoord werd, liep de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7En zij stonden allen verbaasd en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet al dezen die spreken Galileeërs?
8En hoe horen wij hen, ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?