Handelingen 21:17
“En toen wij te Jeruzalem aangekomen waren, ontvingen de broeders ons met blijdschap.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 21 — omringende verzen
En toen wij deze dingen hoorden, smeekten zowel wij als de inwoners van die plaats hem, dat hij niet naar Jeruzalem zou opgaan.
13Toen antwoordde Paulus: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart breekt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Heer Jezus.
14En toen hij niet te overreden was, zwegen wij en zeiden: De wil des Heren geschiede.
15En na die dagen maakten wij ons gereed en gingen op naar Jeruzalem.
16En er gingen ook sommige van de discipelen uit Caesarea met ons mee, en brachten ons bij een zekere Mnason van Cyprus, een oude discipel, bij wie wij zouden logeren.
En toen wij te Jeruzalem aangekomen waren, ontvingen de broeders ons met blijdschap.
En de volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus; en al de ouderlingen waren tegenwoordig.
19En nadat hij hen gegroet had, verhaalde hij punt voor punt wat God onder de heidenen door zijn bediening gedaan had.
20En toen zij dit hoorden, verheerlijkten zij de Heer en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoeveel duizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allen ijveraars voor de wet.
21En zij zijn over u ingelicht, dat gij al de Joden die onder de heidenen zijn, leert Mozes te verlaten, zeggende dat zij hun kinderen niet moeten besnijden, noch naar de gebruiken wandelen.
22Wat is het dan? De menigte zal zeker samenkomen, want zij zullen horen dat gij gekomen zijt.