Handelingen 21:20
“En toen zij dit hoorden, verheerlijkten zij de Heer en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoeveel duizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allen ijveraars voor de wet.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 21 — omringende verzen
En na die dagen maakten wij ons gereed en gingen op naar Jeruzalem.
16En er gingen ook sommige van de discipelen uit Caesarea met ons mee, en brachten ons bij een zekere Mnason van Cyprus, een oude discipel, bij wie wij zouden logeren.
17En toen wij te Jeruzalem aangekomen waren, ontvingen de broeders ons met blijdschap.
18En de volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus; en al de ouderlingen waren tegenwoordig.
19En nadat hij hen gegroet had, verhaalde hij punt voor punt wat God onder de heidenen door zijn bediening gedaan had.
En toen zij dit hoorden, verheerlijkten zij de Heer en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoeveel duizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allen ijveraars voor de wet.
En zij zijn over u ingelicht, dat gij al de Joden die onder de heidenen zijn, leert Mozes te verlaten, zeggende dat zij hun kinderen niet moeten besnijden, noch naar de gebruiken wandelen.
22Wat is het dan? De menigte zal zeker samenkomen, want zij zullen horen dat gij gekomen zijt.
23Doe dan dit wat wij u zeggen: Wij hebben vier mannen die een gelofte op zich hebben;
24neem hen mee en reinig u met hen, en draag de kosten voor hen, opdat zij hun hoofd mogen scheren; en allen zullen weten dat die dingen, waarover zij aangaande u ingelicht zijn, niets zijn, maar dat gij ook zelf ordelijk wandelt en de wet onderhoudt.
25Maar aangaande de heidenen die geloven, hebben wij geschreven en besloten dat zij geen zodanig ding in acht nemen, behalve alleen dat zij zich wachten van afgodenoffer, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij.