Handelingen 23:11
“En de volgende nacht stond de Heer bij hem en zei: Heb goede moed, Paulus; want zoals gij van Mij getuigd hebt te Jeruzalem, zo moet gij ook te Rome getuigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 23 — omringende verzen
Maar toen Paulus bemerkte dat het ene deel sadduceeën waren en het andere farizeën, riep hij in de raad: Mannen en broeders, ik ben een farizeeër, een zoon van een farizeeër; over de hoop en de opstanding der doden word ik geoordeeld.
7En toen hij dit gezegd had, ontstond er twist tussen de farizeën en de sadduceeën, en de menigte werd verdeeld.
8Want de sadduceeën zeggen dat er geen opstanding is, noch engel, noch geest, maar de farizeën belijden beide.
9En er ontstond een groot geroep; en de schriftgeleerden van de partij der farizeën stonden op en streden, zeggende: Wij vinden geen kwaad in deze mens; maar indien een geest of een engel tot hem gesproken heeft, laten wij niet tegen God strijden.
10En toen er een groot geschil ontstond, vreesde de overste over duizend dat Paulus door hen verscheurd zou worden; en hij beval de soldaten naar beneden te gaan en hem met geweld uit hun midden weg te nemen en in de vesting te brengen.
En de volgende nacht stond de Heer bij hem en zei: Heb goede moed, Paulus; want zoals gij van Mij getuigd hebt te Jeruzalem, zo moet gij ook te Rome getuigen.
En toen het dag geworden was, sloten enige Joden zich samen en verbonden zichzelf met een vervloeking, zeggende dat zij noch zouden eten noch drinken totdat zij Paulus gedood hadden.
13En het waren meer dan veertig die deze samenzwering gesmeed hadden.
14En zij kwamen tot de overpriesters en de oudsten en zeiden: Wij hebben onszelf met een grote vervloeking verbonden dat wij niets zullen eten totdat wij Paulus gedood hebben.
15Maakt gij dan nu met de raad bij de overste over duizend bekend dat hij hem morgen tot u naar beneden brenge, alsof gij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken wilt; en wij zijn gereed hem te doden voordat hij nabij komt.
16En toen de zusterzoon van Paulus van hun hinderlaag hoorde, ging hij en kwam in de vesting en berichtte het aan Paulus.