Terug naar Handelingen 23
VSV
Statenvertaling

Handelingen 23:20

En hij zei: De Joden zijn overeengekomen u te verzoeken dat gij Paulus morgen in de raad naar beneden zou brengen, alsof zij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken willen.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 23 — omringende verzen

15

Maakt gij dan nu met de raad bij de overste over duizend bekend dat hij hem morgen tot u naar beneden brenge, alsof gij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken wilt; en wij zijn gereed hem te doden voordat hij nabij komt.

16

En toen de zuster­zoon van Paulus van hun hinderlaag hoorde, ging hij en kwam in de vesting en berichtte het aan Paulus.

17

Toen riep Paulus een van de hoofdmannen over honderd tot zich en zei: Breng deze jonge man tot de overste over duizend, want hij heeft hem iets te zeggen.

18

Deze nam hem dan en bracht hem tot de overste over duizend en zei: De gevangene Paulus riep mij tot zich en verzocht mij deze jonge man tot u te brengen, die u iets te zeggen heeft.

19

Toen nam de overste over duizend hem bij de hand en ging met hem alleen opzij en vroeg hem: Wat is het dat gij mij te zeggen hebt?

20

En hij zei: De Joden zijn overeengekomen u te verzoeken dat gij Paulus morgen in de raad naar beneden zou brengen, alsof zij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken willen.

21

Maar laat u door hen niet overreden, want meer dan veertig mannen van hen liggen op de loer voor hem, die zichzelf met een eed verbonden hebben noch te eten noch te drinken totdat zij hem gedood hebben; en nu zijn zij gereed, wachtende op een toezegging van u.

22

De overste over duizend liet dan de jonge man gaan en beval hem: Zeg niemand dat gij mij deze dingen bekendgemaakt hebt.

23

En hij riep tot zich twee hoofdmannen over honderd en zei: Maakt tweehonderd soldaten gereed om naar Caesarea te gaan, en zeventig ruiters en tweehonderd speerdra­gers, om het derde uur van de nacht;

24

En verschaft rijdieren, opdat zij Paulus daarop kunnen zetten en hem veilig tot Felix, de stadhouder, kunnen brengen.

25

En hij schreef een brief van deze inhoud: