Terug naar Handelingen 23
VSV
Statenvertaling

Handelingen 23:25

En hij schreef een brief van deze inhoud:

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 23 — omringende verzen

20

En hij zei: De Joden zijn overeengekomen u te verzoeken dat gij Paulus morgen in de raad naar beneden zou brengen, alsof zij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken willen.

21

Maar laat u door hen niet overreden, want meer dan veertig mannen van hen liggen op de loer voor hem, die zichzelf met een eed verbonden hebben noch te eten noch te drinken totdat zij hem gedood hebben; en nu zijn zij gereed, wachtende op een toezegging van u.

22

De overste over duizend liet dan de jonge man gaan en beval hem: Zeg niemand dat gij mij deze dingen bekendgemaakt hebt.

23

En hij riep tot zich twee hoofdmannen over honderd en zei: Maakt tweehonderd soldaten gereed om naar Caesarea te gaan, en zeventig ruiters en tweehonderd speerdra­gers, om het derde uur van de nacht;

24

En verschaft rijdieren, opdat zij Paulus daarop kunnen zetten en hem veilig tot Felix, de stadhouder, kunnen brengen.

25

En hij schreef een brief van deze inhoud:

26

Claudius Lysias aan de doorluchtigste stadhouder Felix, groet.

27

Deze man was door de Joden gegrepen en zou door hen gedood zijn; toen kwam ik met de krijgs­macht en bevrijdde hem, omdat ik vernomen had dat hij een Romein was.

28

En toen ik wilde weten de oorzaak waarom zij hem beschuldigden, bracht ik hem voor in hun raad;

29

En ik merkte dat hij beschuldigd werd over vraagstukken van hun wet, maar dat hij geen beschuldiging tegen zich had die de dood of gevangenschap waardig was.

30

En toen mij werd meegedeeld hoe de Joden een aanslag op de man beraamden, zond ik hem onmiddellijk naar u toe, en gaf ook aan zijn aanklagers opdracht voor u te zeggen wat zij tegen hem hadden. Vaarwel.