Handelingen 23:22
“De overste over duizend liet dan de jonge man gaan en beval hem: Zeg niemand dat gij mij deze dingen bekendgemaakt hebt.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 23 — omringende verzen
Toen riep Paulus een van de hoofdmannen over honderd tot zich en zei: Breng deze jonge man tot de overste over duizend, want hij heeft hem iets te zeggen.
18Deze nam hem dan en bracht hem tot de overste over duizend en zei: De gevangene Paulus riep mij tot zich en verzocht mij deze jonge man tot u te brengen, die u iets te zeggen heeft.
19Toen nam de overste over duizend hem bij de hand en ging met hem alleen opzij en vroeg hem: Wat is het dat gij mij te zeggen hebt?
20En hij zei: De Joden zijn overeengekomen u te verzoeken dat gij Paulus morgen in de raad naar beneden zou brengen, alsof zij iets nauwkeuriger aangaande hem onderzoeken willen.
21Maar laat u door hen niet overreden, want meer dan veertig mannen van hen liggen op de loer voor hem, die zichzelf met een eed verbonden hebben noch te eten noch te drinken totdat zij hem gedood hebben; en nu zijn zij gereed, wachtende op een toezegging van u.
De overste over duizend liet dan de jonge man gaan en beval hem: Zeg niemand dat gij mij deze dingen bekendgemaakt hebt.
En hij riep tot zich twee hoofdmannen over honderd en zei: Maakt tweehonderd soldaten gereed om naar Caesarea te gaan, en zeventig ruiters en tweehonderd speerdragers, om het derde uur van de nacht;
24En verschaft rijdieren, opdat zij Paulus daarop kunnen zetten en hem veilig tot Felix, de stadhouder, kunnen brengen.
25En hij schreef een brief van deze inhoud:
26Claudius Lysias aan de doorluchtigste stadhouder Felix, groet.
27Deze man was door de Joden gegrepen en zou door hen gedood zijn; toen kwam ik met de krijgsmacht en bevrijdde hem, omdat ik vernomen had dat hij een Romein was.