Terug naar Handelingen 26
VSV
Statenvertaling

Handelingen 26:14

En toen wij allen ter aarde gevallen waren, hoorde ik een stem die in de Hebreeuwse taal tot mij sprak: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? Het is u hard tegen de prikkels te slaan.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 26 — omringende verzen

9

Ik was inderdaad van mening dat ik veel moest doen tegen de naam van Jezus van Nazareth.

10

Dat heb ik ook gedaan te Jeruzalem; en velen van de heiligen heb ik in de gevangenis opgesloten, nadat ik daartoe bevoegdheid van de overpriesters had ontvangen; en wanneer zij ter dood gebracht werden, stemde ik daarmee in.

11

En ik heb hen dikwijls in alle synagogen gestraft en hen trachten te dwingen te lasteren; en in buitensporige razernij tegen hen heb ik hen zelfs tot in vreemde steden vervolgd.

12

Terwijl ik zo op weg was naar Damascus, met gezag en opdracht van de overpriesters,

13

zag ik op de middag, o koning, op de weg een licht uit de hemel, helderder dan de zon, dat mij en hen die met mij reisden omstraalde.

14

En toen wij allen ter aarde gevallen waren, hoorde ik een stem die in de Hebreeuwse taal tot mij sprak: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? Het is u hard tegen de prikkels te slaan.

15

En ik zei: Wie bent U, Heer? En Hij zei: Ik ben Jezus, die u vervolgt.

16

Maar sta op en ga op uw voeten staan, want Ik ben u verschenen om u aan te stellen tot een dienaar en getuige van de dingen die u gezien hebt en van hetgeen Ik u nog zal openbaren,

17

en Ik zal u bevrijden van het volk en van de heidenen, tot wie Ik u nu zend,

18

om hun ogen te openen, zodat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.

19

Daarop, o koning Agrippa, ben ik het hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest,