Terug naar Handelingen 26
VSV
Statenvertaling

Handelingen 26:18

om hun ogen te openen, zodat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 26 — omringende verzen

13

zag ik op de middag, o koning, op de weg een licht uit de hemel, helderder dan de zon, dat mij en hen die met mij reisden omstraalde.

14

En toen wij allen ter aarde gevallen waren, hoorde ik een stem die in de Hebreeuwse taal tot mij sprak: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? Het is u hard tegen de prikkels te slaan.

15

En ik zei: Wie bent U, Heer? En Hij zei: Ik ben Jezus, die u vervolgt.

16

Maar sta op en ga op uw voeten staan, want Ik ben u verschenen om u aan te stellen tot een dienaar en getuige van de dingen die u gezien hebt en van hetgeen Ik u nog zal openbaren,

17

en Ik zal u bevrijden van het volk en van de heidenen, tot wie Ik u nu zend,

18

om hun ogen te openen, zodat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.

19

Daarop, o koning Agrippa, ben ik het hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest,

20

maar heb eerst aan hen te Damascus en te Jeruzalem, en door heel het land van Judea, en daarna aan de heidenen verkondigd dat zij zich moesten bekeren en tot God wenden, en werken doen die de bekering waardig zijn.

21

Om deze redenen hebben de Joden mij in de tempel gegrepen en geprobeerd mij te doden.

22

Maar doordat ik hulp van God heb ontvangen, sta ik tot op deze dag en getuig ik voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes hebben voorzegd dat geschieden zou:

23

dat de Christus zou lijden, dat Hij als eerste uit de dood zou opstaan, en dat Hij het licht zou verkondigen aan het volk en aan de heidenen.