Terug naar Handelingen 26
VSV
Statenvertaling

Handelingen 26:22

Maar doordat ik hulp van God heb ontvangen, sta ik tot op deze dag en getuig ik voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes hebben voorzegd dat geschieden zou:

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 26 — omringende verzen

17

en Ik zal u bevrijden van het volk en van de heidenen, tot wie Ik u nu zend,

18

om hun ogen te openen, zodat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.

19

Daarop, o koning Agrippa, ben ik het hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest,

20

maar heb eerst aan hen te Damascus en te Jeruzalem, en door heel het land van Judea, en daarna aan de heidenen verkondigd dat zij zich moesten bekeren en tot God wenden, en werken doen die de bekering waardig zijn.

21

Om deze redenen hebben de Joden mij in de tempel gegrepen en geprobeerd mij te doden.

22

Maar doordat ik hulp van God heb ontvangen, sta ik tot op deze dag en getuig ik voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes hebben voorzegd dat geschieden zou:

23

dat de Christus zou lijden, dat Hij als eerste uit de dood zou opstaan, en dat Hij het licht zou verkondigen aan het volk en aan de heidenen.

24

En terwijl hij dit in zijn verdediging zei, riep Festus met luide stem: Paulus, u bent waanzinnig! Veel geleerdheid brengt u tot waanzin.

25

Maar hij zei: Ik ben niet waanzinnig, edelachtbare Festus, maar ik spreek woorden van waarheid en nuchterheid.

26

Want de koning kent deze dingen, en tot hem spreek ik ook vrijmoedig; want ik ben ervan overtuigd dat hem niets hiervan verborgen is, want dit is niet in een hoek geschied.

27

Gelooft u de profeten, koning Agrippa? Ik weet dat u gelooft.