Handelingen 26:20
“maar heb eerst aan hen te Damascus en te Jeruzalem, en door heel het land van Judea, en daarna aan de heidenen verkondigd dat zij zich moesten bekeren en tot God wenden, en werken doen die de bekering waardig zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 26 — omringende verzen
En ik zei: Wie bent U, Heer? En Hij zei: Ik ben Jezus, die u vervolgt.
16Maar sta op en ga op uw voeten staan, want Ik ben u verschenen om u aan te stellen tot een dienaar en getuige van de dingen die u gezien hebt en van hetgeen Ik u nog zal openbaren,
17en Ik zal u bevrijden van het volk en van de heidenen, tot wie Ik u nu zend,
18om hun ogen te openen, zodat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van Satan tot God, opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder hen die geheiligd zijn door het geloof in Mij.
19Daarop, o koning Agrippa, ben ik het hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest,
maar heb eerst aan hen te Damascus en te Jeruzalem, en door heel het land van Judea, en daarna aan de heidenen verkondigd dat zij zich moesten bekeren en tot God wenden, en werken doen die de bekering waardig zijn.
Om deze redenen hebben de Joden mij in de tempel gegrepen en geprobeerd mij te doden.
22Maar doordat ik hulp van God heb ontvangen, sta ik tot op deze dag en getuig ik voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes hebben voorzegd dat geschieden zou:
23dat de Christus zou lijden, dat Hij als eerste uit de dood zou opstaan, en dat Hij het licht zou verkondigen aan het volk en aan de heidenen.
24En terwijl hij dit in zijn verdediging zei, riep Festus met luide stem: Paulus, u bent waanzinnig! Veel geleerdheid brengt u tot waanzin.
25Maar hij zei: Ik ben niet waanzinnig, edelachtbare Festus, maar ik spreek woorden van waarheid en nuchterheid.