Terug naar Handelingen 27
VSV
Statenvertaling

Handelingen 27:16

En terwijl wij schuil liepen achter een eiland dat Clauda heet, konden wij met moeite de sloep bemachtigen;

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 27 — omringende verzen

11

Maar de hoofdman geloofde de stuurman en de eigenaar van het schip meer dan hetgeen door Paulus gezegd werd.

12

En omdat de haven niet geschikt was om er de winter door te brengen, adviseerde het merendeel vandaar te vertrekken om zo mogelijk Feniks te bereiken en daar te overwinteren, een haven van Kreta die naar het zuidwesten en noordwesten is geopend.

13

En toen er een zachte zuidenwind opstak, meenden zij hun doel bereikt te hebben; zij lichtten het anker en voeren dicht langs Kreta.

14

Maar niet lang daarna stak er een stormachtige wind op die Euroklydon genaamd wordt.

15

En toen het schip werd meegesleurd en niet tegen de wind op kon laveren, gaven wij het op en lieten ons drijven.

16

En terwijl wij schuil liepen achter een eiland dat Clauda heet, konden wij met moeite de sloep bemachtigen;

17

en nadat zij deze opgehaald hadden, maakten zij gebruik van hulpmiddelen en ondergordden het schip; en uit vrees dat zij op de zandbanken zouden stranden, streken zij het zeil en lieten zich zo voortdrijven.

18

En omdat wij hevig door de storm werden geteisterd, lichtten zij de volgende dag het schip;

19

en op de derde dag wierpen wij met eigen handen het scheepstuig overboord.

20

En toen er vele dagen lang geen zon noch sterren verschenen, en er geen geringe storm op ons lag, werd alle hoop dat wij gered zouden worden ons ontnomen.

21

Maar nadat zij lang niets gegeten hadden, stond Paulus in hun midden en zei: Mannen, u had naar mij moeten luisteren en niet van Kreta moeten uitvaren, en zich deze schade en dit verlies hebben bespaard.