Handelingen 27:21
“Maar nadat zij lang niets gegeten hadden, stond Paulus in hun midden en zei: Mannen, u had naar mij moeten luisteren en niet van Kreta moeten uitvaren, en zich deze schade en dit verlies hebben bespaard.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
En terwijl wij schuil liepen achter een eiland dat Clauda heet, konden wij met moeite de sloep bemachtigen;
17en nadat zij deze opgehaald hadden, maakten zij gebruik van hulpmiddelen en ondergordden het schip; en uit vrees dat zij op de zandbanken zouden stranden, streken zij het zeil en lieten zich zo voortdrijven.
18En omdat wij hevig door de storm werden geteisterd, lichtten zij de volgende dag het schip;
19en op de derde dag wierpen wij met eigen handen het scheepstuig overboord.
20En toen er vele dagen lang geen zon noch sterren verschenen, en er geen geringe storm op ons lag, werd alle hoop dat wij gered zouden worden ons ontnomen.
Maar nadat zij lang niets gegeten hadden, stond Paulus in hun midden en zei: Mannen, u had naar mij moeten luisteren en niet van Kreta moeten uitvaren, en zich deze schade en dit verlies hebben bespaard.
En nu vermaan ik u tot goede moed, want geen mens onder u zal het leven verliezen, alleen het schip zal verloren gaan.
23Want deze nacht stond er naast mij een engel van God, aan Wie ik toebehoor en Die ik dien,
24en die zei: Vrees niet, Paulus; u moet voor Caesar gebracht worden; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen.
25Weest dan goedsmoeds, mannen, want ik geloof God dat het zal zijn zoals mij gezegd is.
26Wij moeten echter op een zeker eiland stranden.