Handelingen 27:24
“en die zei: Vrees niet, Paulus; u moet voor Caesar gebracht worden; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
en op de derde dag wierpen wij met eigen handen het scheepstuig overboord.
20En toen er vele dagen lang geen zon noch sterren verschenen, en er geen geringe storm op ons lag, werd alle hoop dat wij gered zouden worden ons ontnomen.
21Maar nadat zij lang niets gegeten hadden, stond Paulus in hun midden en zei: Mannen, u had naar mij moeten luisteren en niet van Kreta moeten uitvaren, en zich deze schade en dit verlies hebben bespaard.
22En nu vermaan ik u tot goede moed, want geen mens onder u zal het leven verliezen, alleen het schip zal verloren gaan.
23Want deze nacht stond er naast mij een engel van God, aan Wie ik toebehoor en Die ik dien,
en die zei: Vrees niet, Paulus; u moet voor Caesar gebracht worden; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen.
Weest dan goedsmoeds, mannen, want ik geloof God dat het zal zijn zoals mij gezegd is.
26Wij moeten echter op een zeker eiland stranden.
27Maar toen de veertiende nacht aangebroken was, terwijl wij in de Adriatische Zee rondgedreven werden, meenden de zeelieden omstreeks middernacht dat zij ergens land naderden;
28en zij peilden en vonden twintig vademen; en iets verder gevaren zijnde, peilden zij opnieuw en vonden vijftien vademen.
29Uit vrees dat wij op rotsen zouden stranden, wierpen zij vier ankers uit het achterschip en verlangden vurig naar de dag.