Handelingen 27:26
“Wij moeten echter op een zeker eiland stranden.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
Maar nadat zij lang niets gegeten hadden, stond Paulus in hun midden en zei: Mannen, u had naar mij moeten luisteren en niet van Kreta moeten uitvaren, en zich deze schade en dit verlies hebben bespaard.
22En nu vermaan ik u tot goede moed, want geen mens onder u zal het leven verliezen, alleen het schip zal verloren gaan.
23Want deze nacht stond er naast mij een engel van God, aan Wie ik toebehoor en Die ik dien,
24en die zei: Vrees niet, Paulus; u moet voor Caesar gebracht worden; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen.
25Weest dan goedsmoeds, mannen, want ik geloof God dat het zal zijn zoals mij gezegd is.
Wij moeten echter op een zeker eiland stranden.
Maar toen de veertiende nacht aangebroken was, terwijl wij in de Adriatische Zee rondgedreven werden, meenden de zeelieden omstreeks middernacht dat zij ergens land naderden;
28en zij peilden en vonden twintig vademen; en iets verder gevaren zijnde, peilden zij opnieuw en vonden vijftien vademen.
29Uit vrees dat wij op rotsen zouden stranden, wierpen zij vier ankers uit het achterschip en verlangden vurig naar de dag.
30En toen de schepelingen op het punt stonden het schip te ontvluchten en de sloep in zee hadden neergelaten, onder het voorwendsel dat zij ankers uit het voorschip wilden uitwerpen,
31zei Paulus tot de hoofdman en tot de soldaten: Indien dezen niet in het schip blijven, kunt gij niet gered worden.