Terug naar Hebreeën 12
VSV
Statenvertaling

Hebreeën 12:6

Want die de Heer liefheeft, die tuchtigt Hij, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.

Kruisverwijzingen

Context

Hebreeën 12 — omringende verzen

1

Daarom ook, daar wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten wij alle last afleggen en de zonde die ons zo licht omstrikt, en laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt,

2

De ogen gericht op Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons geloof, Die om de vreugde die voor Hem lag, het kruis verdragen heeft en de schande veracht heeft, en gezeten is aan de rechterhand van de troon Gods.

3

Want overweegt Hem Die zulk een tegenspraak van de zondaars tegen Zichzelf verdragen heeft, opdat gij niet vermoeid wordt en in uw zielen bezwijkt.

4

Gij hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in de strijd tegen de zonde.

5

En gij hebt de vermaning vergeten, die tot u spreekt als tot zonen: Mijn zoon, veracht de tuchtiging des Heren niet en bezwijk niet wanneer gij door Hem bestraft wordt;

6

Want die de Heer liefheeft, die tuchtigt Hij, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.

7

Indien gij de tuchtiging verdraagt, dan behandelt God u als zonen; want welke zoon is er die de vader niet tuchtigt?

8

Maar indien gij zonder tuchtiging zijt, waarvan allen deelgenoten geworden zijn, dan zijt gij bastaarden en geen zonen.

9

Voorts hebben wij onze vaders naar het vlees gehad die ons tuchtigden, en wij eerbiedden hen; zullen wij dan niet veel meer onderworpen zijn aan de Vader der geesten en leven?

10

Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar hun goeddunken getuchtigd, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen.

11

Alle tuchtiging nu lijkt op het ogenblik niet vreugdevol te zijn, maar droevig; doch later levert zij de vreedzame vrucht van gerechtigheid op bij hen die daardoor geoefend zijn.