Hebreeën 12:10
“Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar hun goeddunken getuchtigd, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 12 — omringende verzen
En gij hebt de vermaning vergeten, die tot u spreekt als tot zonen: Mijn zoon, veracht de tuchtiging des Heren niet en bezwijk niet wanneer gij door Hem bestraft wordt;
6Want die de Heer liefheeft, die tuchtigt Hij, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.
7Indien gij de tuchtiging verdraagt, dan behandelt God u als zonen; want welke zoon is er die de vader niet tuchtigt?
8Maar indien gij zonder tuchtiging zijt, waarvan allen deelgenoten geworden zijn, dan zijt gij bastaarden en geen zonen.
9Voorts hebben wij onze vaders naar het vlees gehad die ons tuchtigden, en wij eerbiedden hen; zullen wij dan niet veel meer onderworpen zijn aan de Vader der geesten en leven?
Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar hun goeddunken getuchtigd, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen.
Alle tuchtiging nu lijkt op het ogenblik niet vreugdevol te zijn, maar droevig; doch later levert zij de vreedzame vrucht van gerechtigheid op bij hen die daardoor geoefend zijn.
12Daarom richt de verslapte handen en de wankele knieën weer op,
13En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat het kreupele niet verdraaid worde, maar veeleer genezen.
14Jaag vrede na met allen, en de heiligheid, zonder welke niemand de Heer zal zien;
15En let er op dat niemand de genade Gods verspeelt, dat geen bittere wortel opschietend beroering veroorzake en daardoor velen besmet worden;