Hebreeën 2:12
“zeggende: Ik zal Uw naam verkondigen aan Mijn broeders; in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 2 — omringende verzen
U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; U hebt hem met heerlijkheid en eer gekroond, en U hebt hem aangesteld over de werken van Uw handen;
8U hebt alle dingen onder zijn voeten onderworpen. Want daarin dat Hij hem alle dingen onderworpen heeft, heeft Hij niets uitgezonderd dat hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien wij nog niet alle dingen hem onderworpen.
9Maar wij zien Jezus, Die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood, met heerlijkheid en eer gekroond; opdat Hij door de genade van God voor ieder mens de dood zou smaken.
10Want het betaamde Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, in het brengen van vele zonen tot heerlijkheid, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou volmaken.
11Want zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit Één; om welke reden Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen,
zeggende: Ik zal Uw naam verkondigen aan Mijn broeders; in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.
En wederom: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.
14Omdat dan de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, heeft Hij Zelf op gelijke wijze daaraan deel genomen; opdat Hij door de dood hem die de macht van de dood had, dat is de duivel, teniet zou doen;
15en hen zou bevrijden die door de vrees voor de dood hun gehele leven aan slavernij onderworpen waren.
16Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan.
17Daarom moest Hij in alle opzichten aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God aangaan, om de zonden van het volk te verzoenen.