Hebreeën 2:16
“Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 2 — omringende verzen
Want zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit Één; om welke reden Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen,
12zeggende: Ik zal Uw naam verkondigen aan Mijn broeders; in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.
13En wederom: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.
14Omdat dan de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, heeft Hij Zelf op gelijke wijze daaraan deel genomen; opdat Hij door de dood hem die de macht van de dood had, dat is de duivel, teniet zou doen;
15en hen zou bevrijden die door de vrees voor de dood hun gehele leven aan slavernij onderworpen waren.
Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan.
Daarom moest Hij in alle opzichten aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God aangaan, om de zonden van het volk te verzoenen.
18Want daarin dat Hij Zelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden te hulp komen.