Terug naar Hebreeën 2
VSV
Statenvertaling

Hebreeën 2:13

En wederom: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.

Kruisverwijzingen

Context

Hebreeën 2 — omringende verzen

8

U hebt alle dingen onder zijn voeten onderworpen. Want daarin dat Hij hem alle dingen onderworpen heeft, heeft Hij niets uitgezonderd dat hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien wij nog niet alle dingen hem onderworpen.

9

Maar wij zien Jezus, Die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood, met heerlijkheid en eer gekroond; opdat Hij door de genade van God voor ieder mens de dood zou smaken.

10

Want het betaamde Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, in het brengen van vele zonen tot heerlijkheid, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou volmaken.

11

Want zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit Één; om welke reden Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen,

12

zeggende: Ik zal Uw naam verkondigen aan Mijn broeders; in het midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.

13

En wederom: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.

14

Omdat dan de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, heeft Hij Zelf op gelijke wijze daaraan deel genomen; opdat Hij door de dood hem die de macht van de dood had, dat is de duivel, teniet zou doen;

15

en hen zou bevrijden die door de vrees voor de dood hun gehele leven aan slavernij onderworpen waren.

16

Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan.

17

Daarom moest Hij in alle opzichten aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God aangaan, om de zonden van het volk te verzoenen.

18

Want daarin dat Hij Zelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden te hulp komen.