Terug naar Jeremia 2
VSV
Statenvertaling

Jeremia 2:21

Nochtans had Ik u geplant als een edele wijnstok, geheel een trouw zaad; hoe zijt u dan voor Mij veranderd in uitartende ranken van een vreemde wijnstok?

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 2 — omringende verzen

16

Ook hebben de kinderen van Nof en Tachpanhes u de schedel ingeslagen.

17

Hebt u dit uzelf niet aangedaan, doordat u de HEER, uw God, hebt verlaten, toen Hij u op de weg leidde?

18

En nu, wat hebt u te maken met de weg naar Egypte, om de wateren van de Sichor te drinken? Of wat hebt u te maken met de weg naar Assyrië, om de wateren van de Rivier te drinken?

19

Uw eigen boosheid zal u tuchtigen en uw afkeringen zullen u bestraffen; weet dan en zie dat het kwaad en bitter is dat u de HEER, uw God, hebt verlaten, en dat Mijn vreze niet in u is, spreekt de Heer, de HEER der heerscharen.

20

Want van oudsher heb Ik uw juk verbroken en uw banden verscheurd; en u zeide: Ik zal niet overtreden; terwijl u op elke hoge heuvel en onder elke groene boom ronddwaalde, hoererend.

21

Nochtans had Ik u geplant als een edele wijnstok, geheel een trouw zaad; hoe zijt u dan voor Mij veranderd in uitartende ranken van een vreemde wijnstok?

22

Want al waste u zich met loog en gebruikte u veel zeep, toch blijft uw ongerechtigheid voor Mij getekend, spreekt de Heer HEER.

23

Hoe kunt u zeggen: Ik ben niet verontreinigd, ik ben de Baäls niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, weet wat u hebt gedaan; u bent een snelle, jonge kameel die heen en weer loopt op haar wegen.

24

Een wilde ezelin, gewend aan de woestijn, die in haar begeerte de wind opsnuift; wie kan haar, als zij bronstig is, afwenden? Allen die haar zoeken hoeven zich niet te vermoeien; in haar maand zullen zij haar vinden.

25

Weerhou uw voet van ontbloot te zijn en uw keel van dorst; maar u zeide: Het is hopeloos; nee, want ik heb vreemden liefgehad en achter hen zal ik gaan.

26

Zoals de dief beschaamd staat als hij betrapt wordt, zo staat het huis van Israël beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters en hun profeten.