Terug naar Jeremia 22
VSV
Statenvertaling

Jeremia 22:21

Ik heb tot u gesproken in uw voorspoed, maar gij zei: Ik wil niet horen. Dit is uw gewoonte geweest van uw jeugd af, dat gij Mijn stem niet gehoorzaamde.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 22 — omringende verzen

16

Hij berechtte de zaak van de arme en de behoeftige; toen ging het goed; was dat niet Mij kennen? zegt de HEER.

17

Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw hebzucht, en op het vergieten van onschuldig bloed, en op verdrukking en op geweld, om die te doen.

18

Daarom, zo zegt de HEER aangaande Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda: Men zal over hem geen rouwklacht aanheffen, zeggende: Ach, mijn broeder! of: Ach, zuster! Men zal over hem geen rouwklacht aanheffen, zeggende: Ach, Heer! of: Ach, zijn heerlijkheid!

19

Hij zal begraven worden met de begrafenis van een ezel, gesleept en weggeworpen buiten de poorten van Jeruzalem.

20

Klimt op de Libanon en roept, en verheft uw stem in Basan, en roept vanuit de bergpassen; want al uw minnaars zijn verwoest.

21

Ik heb tot u gesproken in uw voorspoed, maar gij zei: Ik wil niet horen. Dit is uw gewoonte geweest van uw jeugd af, dat gij Mijn stem niet gehoorzaamde.

22

De wind zal al uw herders opeten, en uw minnaars zullen in gevangenschap gaan; dan zult gij zeker beschaamd en vernederd zijn om al uw slechtheid.

23

O bewoner van de Libanon, die uw nest maakt in de ceders, hoe zult gij te beklagen zijn wanneer de smarten over u komen, de pijn als van een vrouw die baart!

24

Zo waarlijk als Ik leef, zegt de HEER, al was Konia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, het zegelring aan Mijn rechterhand, toch zou Ik u van daar wegrukken;

25

En Ik zal u geven in de hand van hen die uw leven zoeken, en in de hand van hen voor wie uw aangezicht vreest, ja in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.

26

En Ik zal u en uw moeder die u gebaard heeft, wegwerpen naar een ander land, waar gij niet geboren zijt; en daar zult gij sterven.