Terug naar Jeremia 22
VSV
Statenvertaling

Jeremia 22:25

En Ik zal u geven in de hand van hen die uw leven zoeken, en in de hand van hen voor wie uw aangezicht vreest, ja in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 22 — omringende verzen

20

Klimt op de Libanon en roept, en verheft uw stem in Basan, en roept vanuit de bergpassen; want al uw minnaars zijn verwoest.

21

Ik heb tot u gesproken in uw voorspoed, maar gij zei: Ik wil niet horen. Dit is uw gewoonte geweest van uw jeugd af, dat gij Mijn stem niet gehoorzaamde.

22

De wind zal al uw herders opeten, en uw minnaars zullen in gevangenschap gaan; dan zult gij zeker beschaamd en vernederd zijn om al uw slechtheid.

23

O bewoner van de Libanon, die uw nest maakt in de ceders, hoe zult gij te beklagen zijn wanneer de smarten over u komen, de pijn als van een vrouw die baart!

24

Zo waarlijk als Ik leef, zegt de HEER, al was Konia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, het zegelring aan Mijn rechterhand, toch zou Ik u van daar wegrukken;

25

En Ik zal u geven in de hand van hen die uw leven zoeken, en in de hand van hen voor wie uw aangezicht vreest, ja in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.

26

En Ik zal u en uw moeder die u gebaard heeft, wegwerpen naar een ander land, waar gij niet geboren zijt; en daar zult gij sterven.

27

Maar naar het land waarnaar zij vurig verlangen terug te keren, daarheen zullen zij niet terugkeren.

28

Is deze man Konia een verachte, verbroken afgod? Is hij een vat waar men geen behagen in heeft? Waarom zijn zij weggeworpen, hij en zijn nageslacht, en zijn zij geworpen in een land dat zij niet kennen?

29

O aarde, aarde, aarde, hoort het woord des HEREN.

30

Zo zegt de HEER: Schrijft deze man op als kinderloos, een man die niet zal voorspoedig zijn in zijn dagen; want geen man van zijn nageslacht zal voorspoedig zijn, zittend op de troon van David en heersend meer in Juda.