Jesaja 10:7
“Maar hij bedoelt het niet zo, en zijn hart denkt niet zo; maar het is in zijn hart om te verdelgen en menige volken uit te roeien.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 10 — omringende verzen
Om de behoeftigen van het recht af te wenden en het recht van de armen van mijn volk weg te nemen, opdat weduwen hun buit zijn en zij de wezen beroven!
3En wat zult u doen op de dag der bezoeking, en bij de verwoesting die van verre zal komen? Tot wie zult u vluchten om hulp? En waar zult u uw heerlijkheid laten?
4Zonder Mij zullen zij neerbukken onder de gevangenen, en zij zullen vallen onder de verslagenen. In dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
5Wee de Assyriër, de roede van Mijn toorn; de staf in hun hand is Mijn gramschap.
6Ik zend hem tegen een huichelachtig volk, en tegen het volk van Mijn toorn gebied Ik hem om buit te maken en roof te plegen, en om hen neer te trappen als het slijk der straten.
Maar hij bedoelt het niet zo, en zijn hart denkt niet zo; maar het is in zijn hart om te verdelgen en menige volken uit te roeien.
Want hij zegt: Zijn mijn vorsten niet alle koningen?
9Is Kalno niet als Karkemis? Is Hamath niet als Arpad? Is Samaria niet als Damascus?
10Gelijk mijn hand de koninkrijken van de afgoden gevonden heeft, wier gesneden beelden die van Jeruzalem en van Samaria overtroffen;
11Zou ik niet met Jeruzalem en haar afgoden doen gelijk ik gedaan heb met Samaria en haar afgoden?
12Daarom zal het geschieden, wanneer de Heer Zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem heeft volbracht, dat Ik de vrucht van de hoogmoed van de koning van Assyrië zal straffen, en de glorie van zijn hooghartige blikken.