Jesaja 34:1
“Nadert, gij naties, om te horen; en luistert, gij volken; laat de aarde horen en al wat daarin is; de wereld en al wat daaruit voortkomt.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 34 — omringende verzen
Nadert, gij naties, om te horen; en luistert, gij volken; laat de aarde horen en al wat daarin is; de wereld en al wat daaruit voortkomt.
Want de gramschap des HEREN is over alle naties, en zijn woede over al hun legers; Hij heeft hen volkomen verdelgd, Hij heeft hen overgeleverd ter slachting.
3Hun gesneuvelden zullen ook worden weggeworpen, en hun stank zal opstijgen uit hun lijken, en de bergen zullen worden gesmolten van hun bloed.
4En al het heer des hemels zal vergaan, en de hemelen zullen worden samengerold als een boekrol; en al hun heer zal neervallen, zoals het blad afvalt van de wijnstok, en zoals een afvallende vijg van de vijgenboom.
5Want mijn zwaard zal in de hemel worden gewet; zie, het zal neerdalen op Edom, en op het volk van mijn ban, tot oordeel.
6Het zwaard des HEREN is vol bloed, het is vet gemaakt met vet, en met het bloed van lammeren en bokken, met het vet van de nieren van rammen; want de HEER heeft een slachtoffer in Bozra, en een grote slachting in het land van Edom.