Terug naar Jesaja 34
VSV
Statenvertaling

Jesaja 34:5

Want mijn zwaard zal in de hemel worden gewet; zie, het zal neerdalen op Edom, en op het volk van mijn ban, tot oordeel.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 34 — omringende verzen

1

Nadert, gij naties, om te horen; en luistert, gij volken; laat de aarde horen en al wat daarin is; de wereld en al wat daaruit voortkomt.

2

Want de gramschap des HEREN is over alle naties, en zijn woede over al hun legers; Hij heeft hen volkomen verdelgd, Hij heeft hen overgeleverd ter slachting.

3

Hun gesneuvelden zullen ook worden weggeworpen, en hun stank zal opstijgen uit hun lijken, en de bergen zullen worden gesmolten van hun bloed.

4

En al het heer des hemels zal vergaan, en de hemelen zullen worden samengerold als een boekrol; en al hun heer zal neervallen, zoals het blad afvalt van de wijnstok, en zoals een afvallende vijg van de vijgenboom.

5

Want mijn zwaard zal in de hemel worden gewet; zie, het zal neerdalen op Edom, en op het volk van mijn ban, tot oordeel.

6

Het zwaard des HEREN is vol bloed, het is vet gemaakt met vet, en met het bloed van lammeren en bokken, met het vet van de nieren van rammen; want de HEER heeft een slachtoffer in Bozra, en een grote slachting in het land van Edom.

7

En de eenhoorns zullen met hen neervallen, en de jonge stieren met de stieren; en hun land zal worden gedrenkt met bloed, en hun stof zal vet worden van vet.

8

Want het is de dag van de wraak des HEREN, en het jaar van vergelding voor de twist van Sion.

9

En zijn stromen zullen worden veranderd in pek, en zijn stof in zwavel, en zijn land zal worden tot brandend pek.

10

Het zal dag noch nacht worden uitgeblust; zijn rook zal voor eeuwig opstijgen; van geslacht tot geslacht zal het woest liggen; niemand zal er ooit doorheen trekken.