Terug naar Jesaja 34
VSV
Statenvertaling

Jesaja 34:12

Zij zullen haar edelen tot het koningschap roepen, maar niemand zal er zijn, en al haar vorsten zullen tot niets worden.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 34 — omringende verzen

7

En de eenhoorns zullen met hen neervallen, en de jonge stieren met de stieren; en hun land zal worden gedrenkt met bloed, en hun stof zal vet worden van vet.

8

Want het is de dag van de wraak des HEREN, en het jaar van vergelding voor de twist van Sion.

9

En zijn stromen zullen worden veranderd in pek, en zijn stof in zwavel, en zijn land zal worden tot brandend pek.

10

Het zal dag noch nacht worden uitgeblust; zijn rook zal voor eeuwig opstijgen; van geslacht tot geslacht zal het woest liggen; niemand zal er ooit doorheen trekken.

11

Maar de pelikaan en de roerdomp zullen het bezitten; de uil en de raaf zullen erin wonen; en Hij zal over haar uitspannen het meetsnoer der verwarring, en de weegstenen der leegte.

12

Zij zullen haar edelen tot het koningschap roepen, maar niemand zal er zijn, en al haar vorsten zullen tot niets worden.

13

En doornen zullen opkomen in haar paleizen, netels en braamstruiken in haar vestingen; en het zal een woonplaats zijn van draken, en een hof voor uilen.

14

De wilde dieren van de woestijn zullen ook de wilde dieren van de eilanden ontmoeten, en de sater zal tot zijn makker roepen; ook zal de nachtuil daar rusten en voor zichzelf een rustplaats vinden.

15

Daar zal de grote uil haar nest maken, en leggen, en uitbroeden, en bijeenbrengen onder haar schaduw; daar zullen ook de gieren verzameld worden, een ieder met haar makker.

16

Zoekt uit het boek van de HEER, en leest: niet één van dezen zal ontbreken, geen zal zonder haar makker zijn; want mijn mond heeft het bevolen, en Zijn Geest heeft hen bijeengebracht.

17

En Hij heeft het lot voor hen geworpen, en Zijn hand heeft het hun toebedeeld door de meetlijn; zij zullen het voor eeuwig bezitten, van geslacht tot geslacht zullen zij daarin wonen.