Jesaja 34:17
“En Hij heeft het lot voor hen geworpen, en Zijn hand heeft het hun toebedeeld door de meetlijn; zij zullen het voor eeuwig bezitten, van geslacht tot geslacht zullen zij daarin wonen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 34 — omringende verzen
Zij zullen haar edelen tot het koningschap roepen, maar niemand zal er zijn, en al haar vorsten zullen tot niets worden.
13En doornen zullen opkomen in haar paleizen, netels en braamstruiken in haar vestingen; en het zal een woonplaats zijn van draken, en een hof voor uilen.
14De wilde dieren van de woestijn zullen ook de wilde dieren van de eilanden ontmoeten, en de sater zal tot zijn makker roepen; ook zal de nachtuil daar rusten en voor zichzelf een rustplaats vinden.
15Daar zal de grote uil haar nest maken, en leggen, en uitbroeden, en bijeenbrengen onder haar schaduw; daar zullen ook de gieren verzameld worden, een ieder met haar makker.
16Zoekt uit het boek van de HEER, en leest: niet één van dezen zal ontbreken, geen zal zonder haar makker zijn; want mijn mond heeft het bevolen, en Zijn Geest heeft hen bijeengebracht.
En Hij heeft het lot voor hen geworpen, en Zijn hand heeft het hun toebedeeld door de meetlijn; zij zullen het voor eeuwig bezitten, van geslacht tot geslacht zullen zij daarin wonen.