Terug naar Jesaja 5
VSV
Statenvertaling

Jesaja 5:24

Daarom zal, zoals het vuur de stoppels verteert en de vlam het kaf verbrandt, hun wortel als rotting zijn en hun bloesem zal opstijgen als stof; omdat zij de wet van de HEER der heerscharen hebben verworpen en het woord van de Heilige Israëls hebben veracht.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 5 — omringende verzen

19

Die zeggen: Laat Hem Zijn werk spoeden en haasten, opdat wij het mogen zien; en laat de raad van de Heilige Israëls naderen en komen, opdat wij hem mogen kennen!

20

Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voor licht stellen en licht voor duisternis; die het bittere voor zoet stellen en het zoete voor bitter!

21

Wee hun die wijs zijn in eigen ogen en verstandig naar eigen oordeel!

22

Wee hun die machtig zijn om wijn te drinken, en krachtige mannen om sterke drank te mengen:

23

Die de goddeloze rechtvaardigen voor beloning en de gerechtigheid van de rechtvaardige van hem wegnemen!

24

Daarom zal, zoals het vuur de stoppels verteert en de vlam het kaf verbrandt, hun wortel als rotting zijn en hun bloesem zal opstijgen als stof; omdat zij de wet van de HEER der heerscharen hebben verworpen en het woord van de Heilige Israëls hebben veracht.

25

Daarom is de toorn des HEREN ontbrand tegen Zijn volk, en Hij heeft Zijn hand uitgestrekt tegen hen en hen geslagen; en de heuvelen hebben gezidderd en hun dode lichamen lagen als vuil op de straten. Dit alles ten spijt, is Zijn toorn niet afgekeerd, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.

26

En Hij zal voor de volken een banier oprichten van verre, en Hij zal hen fluiten van het einde der aarde; en zie, zij zullen met snelheid spoedig komen:

27

Niemand onder hen zal vermoeid zijn of struikelen; niemand zal sluimeren noch slapen; de gordel hunner lenden zal niet worden losgemaakt, noch de riem hunner schoenen worden gebroken:

28

Wier pijlen scherp zijn en al hun bogen gespannen; de hoeven van hun paarden worden gerekend als vuursteen en hun wielen als een wervelwind:

29

Hun gebrul zal zijn als dat van een leeuw, zij zullen brullen als jonge leeuwen; ja, zij zullen brullen en de prooi grijpen en die in veiligheid wegvoeren, en niemand zal die redden.