Terug naar Jesaja 5
VSV
Statenvertaling

Jesaja 5:28

Wier pijlen scherp zijn en al hun bogen gespannen; de hoeven van hun paarden worden gerekend als vuursteen en hun wielen als een wervelwind:

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 5 — omringende verzen

23

Die de goddeloze rechtvaardigen voor beloning en de gerechtigheid van de rechtvaardige van hem wegnemen!

24

Daarom zal, zoals het vuur de stoppels verteert en de vlam het kaf verbrandt, hun wortel als rotting zijn en hun bloesem zal opstijgen als stof; omdat zij de wet van de HEER der heerscharen hebben verworpen en het woord van de Heilige Israëls hebben veracht.

25

Daarom is de toorn des HEREN ontbrand tegen Zijn volk, en Hij heeft Zijn hand uitgestrekt tegen hen en hen geslagen; en de heuvelen hebben gezidderd en hun dode lichamen lagen als vuil op de straten. Dit alles ten spijt, is Zijn toorn niet afgekeerd, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.

26

En Hij zal voor de volken een banier oprichten van verre, en Hij zal hen fluiten van het einde der aarde; en zie, zij zullen met snelheid spoedig komen:

27

Niemand onder hen zal vermoeid zijn of struikelen; niemand zal sluimeren noch slapen; de gordel hunner lenden zal niet worden losgemaakt, noch de riem hunner schoenen worden gebroken:

28

Wier pijlen scherp zijn en al hun bogen gespannen; de hoeven van hun paarden worden gerekend als vuursteen en hun wielen als een wervelwind:

29

Hun gebrul zal zijn als dat van een leeuw, zij zullen brullen als jonge leeuwen; ja, zij zullen brullen en de prooi grijpen en die in veiligheid wegvoeren, en niemand zal die redden.

30

En te dien dage zullen zij tegen hen brullen als het bruisen der zee; en als men naar het land kijkt, zie, daar is duisternis en benauwdheid, en het licht is verduisterd aan de hemel.