Jesaja 6:4
“En de deurposten bewogen bij de stem van hem die riep, en het huis werd gevuld met rook.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 6 — omringende verzen
In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik ook de HEER, gezeten op een troon, hoog en verheven, en Zijn sleep vulde de tempel.
2Daarboven stonden de serafs: elk had zes vleugels; met twee bedekte hij zijn gezicht en met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.
3En de een riep tot de ander en zei: Heilig, heilig, heilig is de HEER der heerscharen; de gehele aarde is vol van Zijn heerlijkheid.
En de deurposten bewogen bij de stem van hem die riep, en het huis werd gevuld met rook.
Toen zei ik: Wee mij! want ik ben verloren; omdat ik een man van onreine lippen ben en ik woon te midden van een volk van onreine lippen; want mijn ogen hebben de Koning gezien, de HEER der heerscharen.
6Toen vloog een van de serafs naar mij toe, met in zijn hand een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen,
7en hij legde die op mijn mond en zei: Zie, dit heeft uw lippen aangeraakt; uw ongerechtigheid is weggenomen en uw zonde is verzoend.
8Ook hoorde ik de stem van de Heer, die zei: Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons gaan? Toen zei ik: Hier ben ik, zend mij.
9En Hij zei: Ga, en zeg tot dit volk: Hoor wel, maar verstaat niet; zie wel, maar merkt niet.