Job 10:14
“Indien ik zondig, dan merkt U mij op, en U zult mij van mijn ongerechtigheid niet vrijspreken.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 10 — omringende verzen
Gedenk toch, bid ik U, dat U mij als leem hebt gemaakt; wilt U mij dan tot stof doen wederkeren?
10Hebt U mij niet als melk uitgestort, en mij als kaas gestold?
11U hebt mij met huid en vlees bekleed, en mij met beenderen en zenuwen omvlochten.
12U hebt mij leven en goedertierenheid geschonken, en Uw zorg heeft mijn geest bewaard.
13En deze dingen hebt U in Uw hart verborgen; ik weet dat dit bij U is.
Indien ik zondig, dan merkt U mij op, en U zult mij van mijn ongerechtigheid niet vrijspreken.
Ben ik goddeloos, wee mij; en ben ik rechtvaardig, toch zal ik mijn hoofd niet opheffen. Ik ben vol van schaamte; zie dan mijn verdrukking;
16Want het neemt toe. U jaagt mij na als een felle leeuw; en opnieuw betoont U Zich wonderbaar aan mij.
17U vernieuwt Uw getuigen tegen mij, en vermenigvuldigt Uw toorn jegens mij; beurtelings komen aanvallen en strijd over mij.
18Waarom dan hebt U mij uit de moederschoot voortgebracht? Och, dat ik de geest had gegeven, en geen oog mij had gezien!
19Ik had moeten zijn alsof ik er niet geweest was; ik had van de moederschoot naar het graf gedragen moeten worden.