VSV
StatenvertalingJob 19:3
“Deze tien malen hebt gij mij beschimpt; gij schaamt u niet dat gij u vreemd gedraagt jegens mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 19 — omringende verzen
1
Toen antwoordde Job en zeide:
2Hoe lang zult gij mijn ziel kwellen en mij met woorden verbrijzelen?
3
4Deze tien malen hebt gij mij beschimpt; gij schaamt u niet dat gij u vreemd gedraagt jegens mij.
En al ware het dat ik gedwaald heb, mijn dwaling blijft bij mij.
5Indien gij u inderdaad tegen mij verheft en mijn schande tegen mij aanvoert:
6Weet dan dat God mij omvergeworpen heeft, en mij met Zijn net heeft omringd.
7Zie, ik roep om onrecht, maar ik word niet gehoord; ik roep luid, maar er is geen recht.
8Hij heeft mijn weg omheind zodat ik niet kan doorgaan, en Hij heeft duisternis op mijn paden gezet.