VSV
StatenvertalingJob 19:4
“En al ware het dat ik gedwaald heb, mijn dwaling blijft bij mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 19 — omringende verzen
1
Toen antwoordde Job en zeide:
2Hoe lang zult gij mijn ziel kwellen en mij met woorden verbrijzelen?
3Deze tien malen hebt gij mij beschimpt; gij schaamt u niet dat gij u vreemd gedraagt jegens mij.
4
5En al ware het dat ik gedwaald heb, mijn dwaling blijft bij mij.
Indien gij u inderdaad tegen mij verheft en mijn schande tegen mij aanvoert:
6Weet dan dat God mij omvergeworpen heeft, en mij met Zijn net heeft omringd.
7Zie, ik roep om onrecht, maar ik word niet gehoord; ik roep luid, maar er is geen recht.
8Hij heeft mijn weg omheind zodat ik niet kan doorgaan, en Hij heeft duisternis op mijn paden gezet.
9Hij heeft mij van mijn heerlijkheid beroofd, en de kroon van mijn hoofd genomen.