Job 19:7
“Zie, ik roep om onrecht, maar ik word niet gehoord; ik roep luid, maar er is geen recht.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 19 — omringende verzen
Hoe lang zult gij mijn ziel kwellen en mij met woorden verbrijzelen?
3Deze tien malen hebt gij mij beschimpt; gij schaamt u niet dat gij u vreemd gedraagt jegens mij.
4En al ware het dat ik gedwaald heb, mijn dwaling blijft bij mij.
5Indien gij u inderdaad tegen mij verheft en mijn schande tegen mij aanvoert:
6Weet dan dat God mij omvergeworpen heeft, en mij met Zijn net heeft omringd.
Zie, ik roep om onrecht, maar ik word niet gehoord; ik roep luid, maar er is geen recht.
Hij heeft mijn weg omheind zodat ik niet kan doorgaan, en Hij heeft duisternis op mijn paden gezet.
9Hij heeft mij van mijn heerlijkheid beroofd, en de kroon van mijn hoofd genomen.
10Hij heeft mij aan alle kanten vernield, en ik ben heengegaan; en mijn hoop heeft Hij weggerukt als een boom.
11Hij heeft ook Zijn toorn tegen mij ontstoken, en Hij rekent mij bij Zichzelf als een van Zijn vijanden.
12Zijn troepen trekken samen en verheffen hun weg tegen mij, en legeren zich rondom mijn tent.