Job 24:8
“Zij worden nat van de buien der bergen, en omhelzen de rots bij gebrek aan een schuilplaats.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 24 — omringende verzen
Zij drijven de ezel van de vaderloze weg; zij nemen de os van de weduwe als pand.
4Zij dringen de behoeftigen van de weg af; de armen des lands verbergen zich tezamen.
5Zie, als wilde ezels in de woestijn gaan zij uit om te werken; zij staan vroeg op om te roven; de wildernis levert voedsel voor hen en hun kinderen.
6Zij maaien ieder zijn koren op het veld; en zij lezen de druiven van de goddeloze.
7Zij doen de naakten overnachten zonder kleding, zodat zij geen bedekking hebben in de kou.
Zij worden nat van de buien der bergen, en omhelzen de rots bij gebrek aan een schuilplaats.
Zij rukken de vaderloze van de borst, en nemen een pand van de arme.
10Zij doen hem naakt gaan zonder kleding, en ontnemen de schoof aan de hongerige.
11Die olie persen binnen hun muren, en hun wijnpersen treden, maar dorst lijden.
12De mensen kermen vanuit de stad, en de ziel der gewonden schreeuwt het uit; maar God rekent hen dit niet als dwaasheid toe.
13Zij behoren tot hen die tegen het licht in opstand komen; zij kennen zijn wegen niet, noch verblijven zij op zijn paden.