VSV
StatenvertalingJob 27:2
“Zo waarlijk als God leeft, Die mijn recht heeft weggenomen, en de Almachtige, Die mijn ziel benauwing heeft aangedaan;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 27 — omringende verzen
1
En Job vervolgde zijn redevoering en zeide:
2
3Zo waarlijk als God leeft, Die mijn recht heeft weggenomen, en de Almachtige, Die mijn ziel benauwing heeft aangedaan;
Zolang mijn adem in mij is, en de geest Gods in mijn neusgaten;
4Zullen mijn lippen geen ongerechtigheid spreken, noch mijn tong bedrog uiten.
5Er zij verre van mij, dat ik u zou rechtvaardigen: totdat ik sterf, zal ik mijn oprechtheid niet van mij wegdoen.
6Mijn gerechtigheid houd ik vast en zal haar niet loslaten; mijn hart zal mij niet beschamen zolang ik leef.
7Mijn vijand zij als de goddeloze, en wie tegen mij opstaat als de onrechtvaardige.