Job 27:7
“Mijn vijand zij als de goddeloze, en wie tegen mij opstaat als de onrechtvaardige.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 27 — omringende verzen
Zo waarlijk als God leeft, Die mijn recht heeft weggenomen, en de Almachtige, Die mijn ziel benauwing heeft aangedaan;
3Zolang mijn adem in mij is, en de geest Gods in mijn neusgaten;
4Zullen mijn lippen geen ongerechtigheid spreken, noch mijn tong bedrog uiten.
5Er zij verre van mij, dat ik u zou rechtvaardigen: totdat ik sterf, zal ik mijn oprechtheid niet van mij wegdoen.
6Mijn gerechtigheid houd ik vast en zal haar niet loslaten; mijn hart zal mij niet beschamen zolang ik leef.
Mijn vijand zij als de goddeloze, en wie tegen mij opstaat als de onrechtvaardige.
Want wat is de hoop van de huichelaar, wanneer God zijn ziel wegneemt, al heeft hij gewin vergaard?
9Zal God zijn geroep horen, wanneer benauwing over hem komt?
10Zal hij zijn vreugde stellen in de Almachtige? Zal hij God te allen tijde aanroepen?
11Ik zal u onderwijzen door de hand Gods; hetgeen bij de Almachtige is, zal ik niet verbergen.
12Zie, gij hebt het zelf allemaal gezien; waarom zijt gij dan zo geheel ijdel?