VSV
StatenvertalingJob 27:3
“Zolang mijn adem in mij is, en de geest Gods in mijn neusgaten;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 27 — omringende verzen
1
En Job vervolgde zijn redevoering en zeide:
2Zo waarlijk als God leeft, Die mijn recht heeft weggenomen, en de Almachtige, Die mijn ziel benauwing heeft aangedaan;
3
4Zolang mijn adem in mij is, en de geest Gods in mijn neusgaten;
Zullen mijn lippen geen ongerechtigheid spreken, noch mijn tong bedrog uiten.
5Er zij verre van mij, dat ik u zou rechtvaardigen: totdat ik sterf, zal ik mijn oprechtheid niet van mij wegdoen.
6Mijn gerechtigheid houd ik vast en zal haar niet loslaten; mijn hart zal mij niet beschamen zolang ik leef.
7Mijn vijand zij als de goddeloze, en wie tegen mij opstaat als de onrechtvaardige.
8Want wat is de hoop van de huichelaar, wanneer God zijn ziel wegneemt, al heeft hij gewin vergaard?