Job 29:7
“Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn zetel bereidde op het plein!”
Kruisverwijzingen
Context
Job 29 — omringende verzen
O, dat ik ware als in vroegere maanden, als in de dagen toen God mij bewaarde;
3Toen Zijn lamp over mijn hoofd scheen, en ik door Zijn licht door de duisternis wandelde;
4Zoals ik was in de dagen van mijn jeugd, toen de verborgenheid Gods over mijn tent was;
5Toen de Almachtige nog met mij was, toen mijn kinderen om mij heen waren;
6Toen ik mijn voetstappen waste in boter, en de rots voor mij stromen van olie uitstortte;
Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn zetel bereidde op het plein!
De jonge mannen zagen mij, en verborgen zich; en de ouderen stonden op en bleven staan.
9De vorsten hielden op met spreken, en legden hun hand op hun mond.
10De edelen zwegen stil, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
11Wanneer het oor mij hoorde, dan prees het mij gelukkig; en wanneer het oog mij zag, getuigde het voor mij:
12Want ik redde de arme die riep, en de wees, en hem die geen helper had.