Job 30:13
“Zij vernielen mijn pad, zij bevorderen mijn ondergang; zij hebben geen helper nodig.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 30 — omringende verzen
Zij waren kinderen van dwazen, ja, kinderen van lieden zonder naam; zij waren verachtelijker dan de aarde.
9En nu ben ik hun spotlied, ja, ik ben hun spreekwoord geworden.
10Zij verfoeien mij, zij vluchten ver van mij, en ontzien zich niet om mij in het aangezicht te spuwen.
11Omdat Hij mijn koord heeft losgemaakt en mij heeft verdrukt, hebben zij ook de teugel voor mij losgelaten.
12Aan mijn rechterhand staan de jongelingen op; zij stoten mijn voeten weg, en zij richten tegen mij de wegen van hun verderf op.
Zij vernielen mijn pad, zij bevorderen mijn ondergang; zij hebben geen helper nodig.
Zij kwamen over mij als een wijde doorbraak van wateren; te midden van de verwoesting wentelden zij zich over mij.
15Verschrikkingen keren zich tegen mij; zij vervolgen mijn ziel als de wind; en mijn welzijn gaat voorbij als een wolk.
16En nu wordt mijn ziel in mij uitgestort; de dagen der verdrukking hebben mij aangegrepen.
17Mijn beenderen worden in mij doorboord in de nacht; en mijn zenuwen nemen geen rust.
18Door de grote kracht van mijn ziekte is mijn gewaad veranderd; het omknelt mij als de boord van mijn kleed.