Job 30:9
“En nu ben ik hun spotlied, ja, ik ben hun spreekwoord geworden.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 30 — omringende verzen
Die malven bij de struiken afsneden, en jeneverbesworrels tot hun spijze namen.
5Zij werden verjaagd van onder de mensen, men riep ze na als een dief;
6Om te wonen in de kloven der dalen, in de grotten der aarde, en in de rotsen.
7Tussen de struiken weeklaagden zij; onder de distels waren zij bijeengekomen.
8Zij waren kinderen van dwazen, ja, kinderen van lieden zonder naam; zij waren verachtelijker dan de aarde.
En nu ben ik hun spotlied, ja, ik ben hun spreekwoord geworden.
Zij verfoeien mij, zij vluchten ver van mij, en ontzien zich niet om mij in het aangezicht te spuwen.
11Omdat Hij mijn koord heeft losgemaakt en mij heeft verdrukt, hebben zij ook de teugel voor mij losgelaten.
12Aan mijn rechterhand staan de jongelingen op; zij stoten mijn voeten weg, en zij richten tegen mij de wegen van hun verderf op.
13Zij vernielen mijn pad, zij bevorderen mijn ondergang; zij hebben geen helper nodig.
14Zij kwamen over mij als een wijde doorbraak van wateren; te midden van de verwoesting wentelden zij zich over mij.