Job 30:5
“Zij werden verjaagd van onder de mensen, men riep ze na als een dief;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 30 — omringende verzen
Maar nu hebben zij die jonger zijn dan ik, mij in spot; wier vaders ik zou hebben versmaad om bij de honden van mijn kudde te zetten.
2Ja, waartoe zou de kracht van hun handen mij baten, bij wie de krachtige ouderdom vergaan was?
3Door gebrek en honger waren zij eenzaam; vluchtend naar de woestijn, voorheen verlaten en woest.
4Die malven bij de struiken afsneden, en jeneverbesworrels tot hun spijze namen.
Zij werden verjaagd van onder de mensen, men riep ze na als een dief;
Om te wonen in de kloven der dalen, in de grotten der aarde, en in de rotsen.
7Tussen de struiken weeklaagden zij; onder de distels waren zij bijeengekomen.
8Zij waren kinderen van dwazen, ja, kinderen van lieden zonder naam; zij waren verachtelijker dan de aarde.
9En nu ben ik hun spotlied, ja, ik ben hun spreekwoord geworden.
10Zij verfoeien mij, zij vluchten ver van mij, en ontzien zich niet om mij in het aangezicht te spuwen.